Vier woorden die op elkaar lijken en vier verschillende dingen betekenen. Met de officiele definities erbij, en waarom het woord probiotisch niet op een Belgisch etiket mag staan.
Weinig categorieen in het supplementenschap zijn zo verwarrend als deze. De namen lijken op elkaar, de marketing gooit ze door elkaar, en de wetgeving maakt het er niet eenvoudiger op. Toch is het onderscheid glashelder als je van de officiele definities vertrekt.
Dit is de belangrijkste zin uit de hele probiotica-literatuur: effecten zijn stam-specifiek. Bewijs voor Lactobacillus rhamnosus GG geldt niet automatisch voor een andere L. rhamnosus-stam, laat staan voor een willekeurige lactobacil.
Praktisch gevolg: een etiket dat enkel "Lactobacillus acidophilus" vermeldt, zegt je niets. Je wil de volledige stamaanduiding zien, dus geslacht, soort en stamcode (bijvoorbeeld Lacticaseibacillus rhamnosus GG of Bifidobacterium longum BB536). Zonder die code kan je niet nagaan of het onderzoek waar de fabrikant naar verwijst wel over dit product gaat. Meer in waarom probiotica stam-specifiek zijn.
In de EU is probiotisch juridisch een gezondheidsclaim. Omdat EFSA voor probiotica nooit een claim heeft goedgekeurd, mag het woord in principe niet als verkoopargument op de verpakking staan. Daarom lees je omschrijvingen als "melkzuurbacterien" of "levende culturen". Dat is een etiketteringsregel en geen uitspraak over of het werkt: het betekent gewoon dat het bewijs de strenge EFSA-lat niet haalde, niet dat er geen bewijs is.
Op sommige Belgische verpakkingen zie je het woord toch, omdat de handhaving per lidstaat verschilt. Laat je er in geen van beide richtingen door sturen.
Meer: de probiotica-gids, inuline, S. boulardii en L. rhamnosus.