Glutathion is de antioxidant die je wil, NAC is de bouwsteen ervan. Toch is de bouwsteen in de praktijk de betere koop, en in Belgie is er nog een eigenaardigheid.
Glutathion is de belangrijkste lichaamseigen antioxidant, vooral in de lever. Logisch dat mensen het rechtstreeks willen slikken. Alleen werkt het lichaam niet zo mee: glutathion is een tripeptide, en de meeste ervan wordt in de darm gewoon uit elkaar gehaald in zijn drie aminozuren voor het je bloed bereikt.
Je lichaam maakt glutathion zelf uit drie aminozuren: glutamaat, glycine en cysteine. Van die drie is cysteine bijna altijd de beperkende factor, omdat het zwavelhoudend is en in vrije vorm instabiel. N-acetylcysteine (NAC) is een gestabiliseerde vorm van cysteine die de opname wel doorstaat en vervolgens intracellulair wordt omgezet.
Anders gezegd: NAC voedt de fabriek in plaats van te proberen het eindproduct door de poort te krijgen. Dat is de reden waarom NAC in de klinische praktijk gebruikt wordt en oraal glutathion nauwelijks.
In Belgie is acetylcysteine ook een geregistreerd geneesmiddel (het bekendste merk is Lysomucil), verkrijgbaar bij de apotheek als slijmoplosser. Dat betekent dat je hetzelfde molecuul in twee circuits tegenkomt: als geneesmiddel en als voedingssupplement, met verschillende doseringen en prijzen.
Wie het voor luchtwegklachten wil, koopt het meestal beter als geneesmiddel bij de apotheek: de dosering is dan gestandaardiseerd en de apotheker kan de interacties nakijken. Voor het antioxidant-verhaal zit je in de supplementenhoek.
Liposomale of sublinguale glutathion-vormen omzeilen de darmafbraak deels en hebben wel opnamedata. Ze zijn alleen een veelvoud duurder dan NAC voor een effect dat je in de meeste gevallen ook via de precursor krijgt. Zinvol als NAC niet verdragen wordt of bij specifiek advies; niet als standaardkeuze.
Meer: de NAC-gids, NAC als glutathion-precursor en alfa-liponzuur, dat glutathion langs een andere weg ondersteunt.
Cochrane-review van 38 studies (10.377 deelnemers): mucolytica zoals N-acetylcysteïne verhoogden de kans om exacerbatievrij te blijven (OR 1,73); acht mensen gemiddeld negen maanden behandelen houdt er één extra exacerbatievrij. Recentere studies tonen minder voordeel dan oudere.
Netwerk-meta-analyse van 7 RCT's (2.753 COPD-patiënten): mucolytica samen verlaagden het risico op een exacerbatie met ongeveer een kwart (RR 0,74). NAC 1200 mg per dag verkortte exacerbaties, maar enkel erdosteïne verlaagde ook het risico op minstens één exacerbatie en op ziekenhuisopname.
Meta-analyse van 13 studies (4.155 patiënten met chronische bronchitis of COPD): NAC gaf 25% minder exacerbaties (relatief risico 0,75), vooral bij wie geen luchtwegobstructie had. Bij aangetoonde obstructie raden de auteurs minstens 1200 mg per dag aan, zonder obstructie lijkt 600 mg te volstaan.
Dubbelblinde RCT bij 75 mensen met een bipolaire stoornis in de onderhoudsfase: 2 g NAC per dag bovenop de gewone medicatie verbeterde na 24 weken de depressieve symptomen, maar veranderde niets aan de tijd tot een nieuwe stemmingsepisode. Na stoppen verdween het voordeel.