Transporteert vetzuren in mitochondriën. L-carnitine-tartraat populair voor sport.
L-carnitine is een aminozuur-derivaat dat lange-keten-vetzuren over de mitochondriale membraan transporteert - waar ze worden afgebroken voor energie. Het lichaam maakt zelf carnitine van lysine en methionine, maar 75% van de carnitine-pool komt uit voeding (vooral rood vlees).
Voor sport: meta-analyses tonen bescheiden positief effect op herstel en VO2max, vooral bij niet-elite atleten. De dosis-respons werkt over weken, niet acuut.
Klinisch interessante toepassing is bij angina pectoris en hartfalen: 2-3 g/dag verbetert symptomen en uithoudingsvermogen volgens meta-analyses (Mingorance 2015, DiNicolantonio 2013). Niet als monotherapie - aanvullend op standaardbehandeling.
Een opvallende publicatie van Koeth et al. (2013) suggereerde dat darmflora L-carnitine omzet in TMAO, een molecule geassocieerd met atherosclerose. Latere studies hebben dit genuanceerd: het effect lijkt beperkt en het cardiovasculair voordeel weegt waarschijnlijk zwaarder. Bij specifieke darmflora-profielen is voorzichtigheid wel terecht.
Meta-analyse van 17 kleine RCT's (1.625 patiënten met chronisch hartfalen, 1,5 tot 6 g per dag naast de gewone behandeling): L-carnitine verbeterde klachten en ejectiefractie (gemiddeld 4 procentpunt), maar niet de sterfte of de wandafstand. De studies waren vaak kort en van matige kwaliteit.
Darmbacteriën zetten L-carnitine om in TMAO; bij muizen versnelde dat atherosclerose. Alleseters maakten na carnitine meer TMAO aan dan veganisten en vegetariërs, en bij 2.595 mensen met een hartonderzoek ging veel carnitine in het bloed enkel samen met meer hart- en vaatziekten als ook TMAO hoog was.
Meta-analyse van 13 gecontroleerde studies (3.629 patiënten na een acuut hartinfarct): L-carnitine ging samen met 27% minder sterfte (net significant) en 65% minder ventriculaire ritmestoornissen, maar niet met minder hartfalen of een nieuw infarct. Grote moderne RCT's ontbreken.