Hoe herken je een tekort, wie loopt risico, en wanneer bloedonderzoek?
Vitamine D-tekort verloopt vaak subklinisch - zonder duidelijke symptomen tot het ernstig wordt. Klassieke tekens zijn vermoeidheid, spierzwakte (vooral proximaal), botpijn en verhoogde gevoeligheid voor luchtweginfecties. Bij kinderen: rachitis. Bij volwassenen: osteomalacie.
Risicogroepen zijn duidelijk gedefinieerd: 60% van Belgen heeft een tekort in winter, oplopend tot 80% bij donkere huid, sluier-dragers, ouderen (huidaanmaak halveert na 50e), zwangere vrouwen, en mensen met chronische darmziekten (Crohn, coeliakie).
Bloedonderzoek meet 25(OH)D-niveau. < 25 nmol/L = ernstig tekort, 25-50 = tekort, 50-75 = suboptimaal, 75-125 = optimaal, > 125 = boven aanbeveling. Bij risicogroepen of klachten: rechtstreeks vragen bij huisarts.
Suppletie corrigeert meestal binnen 8-12 weken. Bij ernstig tekort kan dat langer duren. Vitamine K2-MK7 (90-180 µg) toevoegen bij langdurig hoge D-suppletie om calcium correct te sturen.
Meta-analyse van 80 RCT's (163.131 deelnemers): vitamine D-suppletie ging samen met een 5% lagere totale sterfte (OR 0,95; 95%-BI 0,91-0,99). Op cardiovasculaire sterfte en hart- en vaatziekten was er geen significant effect.
VITAL RCT (n=25.871): 2000 IE D3/dag verlaagde noch kanker, noch cardiovasculaire events significant bij algemene populatie zonder tekort.
Overzichtsartikel: observationele studies en studies met mendeliaanse randomisatie wijzen erop dat een lage vitamine D-spiegel het risico op MS verhoogt en samengaat met meer ziekteactiviteit. Of suppletie de ziekteactiviteit bij MS-patiënten vermindert, is nog onvoldoende onderzocht.
Meta-analyse van individuele deelnemersgegevens uit 25 RCT's (10.933 deelnemers): vitamine D verlaagde het risico op acute luchtweginfecties licht (OR 0,88). Het effect zat bij dagelijkse of wekelijkse inname zonder bolusdosissen en was het sterkst bij een 25(OH)D onder 25 nmol/L.
Belgische referentie-innames. Voor vitamine D geldt een aanbeveling van 10 µg (400 IE) per dag voor jonge kinderen, en 10 tot 15 µg per dag voor oudere kinderen en jongeren, afhankelijk van blootstelling aan zonlicht.