Beide verhogen NAD+. De verschillen zitten in stabiliteit, opname en prijs.
NMN (Nicotinamide Mononucleotide) en NR (Nicotinamide Riboside) zijn beide NAD+-precursors - moleculen die de cellulaire NAD+-spiegel verhogen. Met leeftijd dalen NAD+-spiegels met 50% tussen 30 en 60 jaar, vandaar de anti-aging interesse.
NR (commercieel als Niagen, Tru Niagen) heeft langer klinisch trackrecord en FDA GRAS-status. Stabiele molecule, goed onderzochte veiligheid. De Martens 2018-studie toonde 60% NAD+-stijging bij 1000 mg/dag plus systolische bloeddruk-verlaging.
NMN was lange tijd vooral lab-research, maar werd consumer-grade door David Sinclair's commerciële vehikels. De Yoshino 2021-studie (eerste humane RCT) toonde 250 mg NMN/dag verbetert insulinegevoeligheid bij postmenopauzale vrouwen.
Theoretische debat: NMN zit dichter bij NAD+ in de biosynthese-pathway. Maar bij oraal-toediening lijkt veel NMN te worden afgebroken naar NR voor opname - wat het theoretische voordeel teniet doet.
Praktisch: bij gelijke prijs kies NR (meer data). NMN als alternatief, vooral als ervaring NR niet werkt. Sublinguaal vooral relevant voor NMN-stabiliteit. Bij actieve kanker beide vermijden zonder oncoloog-advies - NAD+ kan tumorgroei ondersteunen.