Werkt in balans met zink - hoge zinkinname kan kopertekort veroorzaken.
Koper is een spoorelement met meerdere functies: cofactor voor het enzym ceruloplasmine (ijzertransport), superoxide-dismutase (antioxidant), en cytochroom-c-oxidase (mitochondriale energie). Tekort is zeldzaam maar belangrijk om te herkennen.
De meest voorkomende oorzaak van kopertekort in westerse landen is paradoxaal - overmatige zinkinname. Zink en koper concurreren voor opname in de darm; bij hoge zinkdoseringen (>25 mg/dag voor maanden) ontstaat een induceerd kopertekort dat zich uit als bloedarmoede en neurologische symptomen.
Daarom: bij langdurige hoge-dosis zinksuppletie altijd koper bijgeven in verhouding 10:1 (10 mg zink = 1 mg koper). Veel multi-mineralen doen dat automatisch.
Aan de andere kant: de zeldzame ziekte van Wilson is een genetische koperstapeling die levensbedreigend is - daar is zink-suppletie juist behandelingsoptie. Bij familieanamnese: laat ceruloplasmine en 24-uurs-urine-koper meten.
Review: de verhouding tussen koper en zink is klinisch belangrijker dan elk van beide waarden apart. Langdurig veel zink remt de koperopname: bij ongeveer 60 mg zink per dag daalde binnen 10 weken al een merker van de koperstatus.
Review: serumkoper en ceruloplasmine zijn niet gevoelig genoeg voor een licht kopertekort. Omdat koper nodig is voor de afweer, bekijken de auteurs afweermerkers zoals de werking van neutrofielen en de aanmaak van interleukine 2 als mogelijk gevoeligere merkers; sluitend bewijs is er nog niet.