Inositol wordt verkocht als een enkel product, maar er zijn twee vormen die iets anders doen. Meer van de duurste is aantoonbaar slechter, niet beter.
Inositol is strikt genomen geen vitamine (je lichaam maakt het zelf) maar gedraagt zich als een. Het speelt een rol in de signaaloverdracht van insuline en van serotonine. Dat verklaart waarom het in twee heel verschillende hoeken opduikt: hormonale klachten en stemmingsklachten.
In bloedplasma verhouden die twee zich ongeveer 40 op 1 in het voordeel van myo-inositol. Dat cijfer is niet toevallig: het is de verhouding waarin je lichaam ze normaal aanhoudt.
Toen bleek dat DCI ook effect had, kwamen er producten met veel hogere DCI-aandelen op de markt. Nordio (2019) vergeleek verschillende verhoudingen bij vrouwen met PCOS en vond dat de fysiologische 40:1-verhouding de ovulatie het best herstelde. Hogere aandelen D-chiro deden het slechter.
Een plausibele verklaring: in de eierstok is juist myo-inositol nodig voor de FSH-signalering, terwijl te veel DCI de androgeenproductie kan opdrijven. Bij PCOS is dat precies de verkeerde richting. Praktisch: laat je niet verleiden door een etiket dat een hoog DCI-gehalte als premium presenteert. Meer in inositol en PCOS: waarom de 40:1 ratio belangrijk is.
Bij doses van 4 gram per dag lopen capsules snel op: dat zijn er acht of meer. Poeder is dan praktischer en aanzienlijk goedkoper per gram. Myo-inositol lost goed op en smaakt licht zoet, wat het makkelijk maakt in water of yoghurt.
Let bij een combinatieproduct op of de verhouding expliciet vermeld staat. Staat er alleen "inositol complex" zonder de opsplitsing, dan kan je niet nagaan wat je koopt.
Meer: de inositol-gids en het overzicht bronnen.
Systematische review van 30 studies (2230 vrouwen met PCOS), waarvan 19 gepoold: myo-inositol of D-chiro-inositol hielp mogelijk voor enkele metabole waarden en D-chiro-inositol mogelijk voor de eisprong, maar voor de meeste uitkomsten was er geen effect. Het bewijs is beperkt en onzeker.
Internationale PCOS-richtlijn. Metformine wordt aanbevolen voor de metabole kenmerken en heeft een grotere werkzaamheid dan inositol, dat beperkte klinische meerwaarde biedt. Inositol wordt niet als bewezen behandeling geklasseerd; de keuze hoort in gedeelde besluitvorming, met de onzekerheid van het bewijs erbij.
Kleine studie bij 56 vrouwen met PCOS (8 per groep): 3 maanden lang 2 keer per dag 2 g inositol in zeven verschillende verhoudingen myo- en D-chiro-inositol. De 40:1-verhouding, dezelfde als in het bloed, herstelde de ovulatie het best; formules met meer D-chiro-inositol werkten minder goed.
Meta-analyse van 9 kleine RCT's (496 vrouwen met PCOS): myo-inositol, alleen of samen met D-chiro-inositol, verlaagde de nuchtere insuline en de HOMA-index. Testosteron daalde niet significant en SHBG steeg alleen bij minstens 24 weken inname.
Prospectieve studie bij 46 vrouwen met PCOS: bij de 26 vrouwen die 6 maanden d-chiro-inositol met alfa-liponzuur namen, verbeterden de klinische en metabole waarden (onder meer insulineresistentie) meer dan in de onbehandelde controlegroep. Geen RCT; de bloedvetten veranderden niet.