Mogelijke rol in insulinegevoeligheid; bewijs blijft beperkt.
Chroom is een spoorelement dat een rol speelt in koolhydraat- en vetstofwisseling. De best onderzochte vorm is chroom-picolinaat - vetoplosbaar en daardoor beter opneembaar dan trivalent chloride.
Klinisch onderzocht voor diabetes type 2: Anderson 1997 toonde bij doseringen van 200-1000 µg/dag een lichte verbetering van HbA1c en nuchtere glucose. Latere meta-analyses (Yin 2014, Suksomboon 2014) bevestigen een bescheiden maar reëel effect - vooral bij patiënten met aangetoond laag chroom.
De biologische functie loopt via "chroomine"-eiwit dat insulinegevoeligheid mogelijk verhoogt. Bewijs hiervoor is biochemisch matig, klinische effecten zijn klein. Voor zoete cravings bij dieet is het bewijs zwak - eerder placebo.
Veiligheid: tot 200 µg/dag is veilig voor langdurig gebruik. Hogere doseringen geen aangetoond voordeel maar wel meer kans op nier- en leverbelasting. Gebruik bij diabetes alleen na overleg - het kan medicatie-doseringen wijzigen.
Meta-analyse van 25 RCT's bij diabetespatiënten: chroomsuppletie verlaagde HbA1c gemiddeld met 0,55 procentpunt en de nuchtere glucose met 1,15 mmol/L, vooral met chroompicolinaat en bij meer dan 200 µg per dag. Langetermijnvoordeel en -veiligheid zijn nog onduidelijk.
Systematische review van 41 RCT's: bij type 2-diabetes verlaagde chroom het HbA1c met gemiddeld 0,6 procentpunt en de nuchtere glucose met 1,0 mmol/l, zonder effect op de bloedvetten. Geen effect zonder diabetes, en bijna de helft van de studies was van zwakke kwaliteit.